WELKOM IN DUITSLAND

Sinds de Duitse hereniging op 3 oktober 1990 is de totale oppervlakte 356.970 km2. Duitsland is daarmee na Rusland, Oekraïne, Frankrijk, Spanje en Zweden qua omvang het zesde land van Europa. Duitsland is 8,7 maal zo groot als Nederland. Duitsland ligt centraal op het Europese continent en grenst aan maar liefst negen landen: Denemarken (68 kilometer) in het noorden, Nederland (577 km), België (167 km), Luxemburg (135 km) en Frankrijk (451 km) in het westen, Zwitserland (334 km) en Oostenrijk (784 km) in het zuiden, en Tsjechië (646 km) en Polen (456 km) in het oosten. Ongeveer een derde van het tegenwoordige Duitse grondgebied wordt gevormd door de voormalige Deutsche Demokratische Republik (DDR). Duitsland strekt zich geografisch uit van het waddeneiland Sylt in het noorden tot Oberstdorf in het zuidelijke Beieren, en van Görlitz in het oosten aan de Poolse grens tot het uiterste westen van Nordrhein-Westfalen. De langste afstand van noord naar zuid bedraagt 876 km en van het westen naar het oosten 640 kilometer. De grenzen van Duitsland hebben een gezamenlijke lengte van 3618 kilometer.

 

KLIMAAT

Duitsland heeft net als Nederland een gematigd zeeklimaat. De winters zijn redelijk mild, hoewel de kans op winters weer en sneeuw wel groter is dan in Nederland. Zeker in de hoger gelegen gebieden sneeuwt het regelmatig in de wintermaanden en is de kans groter dat het blijft liggen. Vandaar dat je op redelijk dichte afstand al kunt skiën. In en rondom Winterberg in Sauerland kun je in de winter aan wintersport doen.

De lente en herfst vallen gelijk aan die van ons. In het oosten van Duitsland verloopt het najaar aanzienlijk droger dan in het westen van het land. Dat komt omdat de meeste depressies vanuit het westen komen en al leeg geregend zijn eer dat ze in het oosten arriveren. De zomermaanden zijn gemiddeld iets warmer dan in Nederland. Met 23 tot 25 graden is het in de maanden juni, juli en augustus over het algemeen zeer aangenaam vertoeven. Langs de noordelijke kustgebieden kan het wat koeler zijn. 

 

AGRARISCHE SECTOR

De agrarische sector heeft slechts een klein aandeel in de totale economie van Duitsland. Het land telde in 2015 ruim 280.000 agrarische bedrijven, waar zo’n 635.000 mensen werkten. In West-Duitsland overheersten kort na de Tweede Wereldoorlog de familiebedrijven in de agrarische sector. Landbouwgrond werd regelmatig opgesplitst en verdeeld onder erfgenamen. Dit leidde ertoe dat de boerenbedrijven relatief klein waren. In de DDR werden veel kleinschalige (familie)bedrijven en de adellijke landgoederen vrijwel allemaal samengevoegd tot grote, collectieve landbouwbedrijven, de zogenaamde Landwirtschaftliche Produktionsgenossenschaften (LPG). Dit waren zeer grote bedrijven die een omvang van 5.000 hectare konden hebben.

Het was aanvankelijk de bedoeling om na de Duitse eenwording in 1990 de LPG's te ontmantelen en de landbouwgrond weer te verdelen onder de boeren. Hier bleek weinig interesse voor te zijn. Een eigen bedrijf brengt immers risico's met zich mee. Bovendien hadden veel boeren een specialistische functie binnen de LPG en waren niet in staat een boerderij zelfstandig te runnen. Na de eenwording ontstond in Oost-Duitsland een tweedeling in de agrarische sector: de geprivatiseerde bedrijven (81 procent van het totale aantal) zijn over het algemeen klein, terwijl de coöperaties zijn blijven bestaan en nog altijd de landbouw domineren. De overwegend grote bedrijven in de nieuwe deelstaten geven de landbouw daar een voordeel.

In vergelijking met de kleinere bedrijven in West-Europa, die vaak alleen met subsidie van de EU kunnen voortbestaan, opereert de landbouw in het oosten effectiever. Door de omvang van de bedrijven worden kosten bespaard, de zogenaamde schaalvoordelen. De arbeidsproductiviteit van de Oost-Duitse landbouw, die in de DDR-tijd zeer laag was, is na de eenwording in 1990 sterk verbeterd. Hierdoor is de concurrentiepositie ten opzichte van de landbouw in het westen alleen maar verstevigd. De stijging van de arbeidsproductiviteit ging wel gepaard met grootschalige ontslagen in de agrarische sector.

De hoofdproducten van de Duitse akkerbouw zijn granen, aardappelen, suikerbieten, fruit, groente en wijn. De belangrijkste producten van de veeteelt zijn melk, rund- en varkensvlees. Tuinbouw speelt in Duitsland nauwelijks een rol. Door de naar verhouding kleine primaire sector importeert Duitsland veel agrarische producten en levensmiddelen. Dit komt vooral omdat de Duitse dienstensector de afgelopen honderd jaar enorm is gegroeid. In 2014 kende Duitsland volgens het Duitse Bureau voor Statistiek daarom een agrarisch importoverschot van ruim 19 miljard euro. Vooral Nederland is voor Duitsland een belangrijke leverancier van levensmiddelen, met name land- en tuinbouwproducten."